Haver

In Noord-Europa was haver het meest in de smaak vallende graan, zo werden de Germanen door de Romeinen geringschattend 'havervreters' genoemd. In Zweden is haver het koren.

Teeltwijze

Haver stelt geen hoge eisen aan de grond, maar heeft wel behoefte aan licht en water. Haver heeft een lang wortelstelsel en kan tot 2,5 meter diep water uit de grond opnemen. Tijdens de warmste dagen van het jaar rijpt haver met z'n mooie pluim gevormde halmen. Haver wordt gepeld, wat zeer zorgvuldig gebeurt om geen waardevolle stoffen verloren te laten gaan. 

Voedingswaarde

Haver bevat 5% vet (onverzadigde vetzuren), het heeft een hoog gehalte aan ruwe vezels, heeft een hoog eiwitgehalte en mineralen (vitamine B1).

Werking voor ons als mens

Haver is zeer geschikt als opbouwende voeding bij herstel. Het is licht verteerbaar, werkt licht laxerend en is vocht afdrijvend. Haver verhoogt de lichaamskracht en het geestelijke opnemingsvermogen, werkt verwarmend en heeft een stimulerende werking op het organisme (geef een vurig paard geen haver). De slijmvormige werking van haver heeft een verzachtende werking op de slijmvliezen van de maag en darm en een gunstige werking op de lever. De koolhydraten van haver hebben een insulinesparend effect en stimuleert bovendien de insulineproductie van de alvleesklier.

In de keuken

De smaak van haver is zacht en haast romig. Als ontbijt in de vorm van pap of muesli. Havervlokken zijn verkrijgbaar in een fijne en grove soort. Hele haverkorrels kan je het beste eerst droog roosteren in de oven (eesten) voor het koken. De korrels koken dan mooi droog. Bewaar haver op een droge en koele plaats.